Ik denk, dus ik ben

1 februari 2012 | Achtergrond
Genoominstituut in China op weg om de wereld te veroveren

Op 17-jarige leeftijd ruilde Zhao Bowen zijn school in voor BGI, China’s grootste genoom sequencing instituut. Nu leidt hij er de cognitive-genomics groep, een groep hyperintelligente jonge mensen met een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Ze zijn op zoek naar de essentie van het menselijk vermogen: de genen die ons IQ bepalen. 

Een futuristisch gebouw in de Pearl River Delta in China. Het is de kennisfabriek van het Beijing Genomics Institute (BGI), dat zijn naam dankt aan de plaats waar het allemaal begon; Beijing, maar dat inmiddels in Shezhen gevestigd is. China timmert hard aan de weg binnen de wetenschappelijke wereld en BGI is in het afgelopen jaar één van de belangrijkste genetische onderzoeksinstituten ter wereld geworden. In januari vorig jaar kondigde BGI de aankoop van 128 van de snelste en nieuwste computers ter wereld aan, de HiSeq 2000 van Illumina, per stuk goed voor de productie van 25 miljard baseparen per dag. Als alle computers op volle capaciteit zouden draaien zou BGI in theorie meer dan 10.000 menselijke genomen per jaar kunnen sequencen. Volgende week opent BGI haar eerste vestiging in Europa, in Kopenhagen.

Maar ze hebben niet alleen de beste computers, maar ook de beste mensen. De rekrutering van de allerjongste Chinese talenten begint vaak al op de middelbare school. ‘Daarnaast keren veel Chinese onderzoekers die naar het buitenland vertrokken, nu steeds vaker terug naar China’, vertelt Lars Bolund, professor aan de universiteiten van Kopenhagen en Aarhus, en lid van het bestuur van BGI. Twee jaar geleden had nog niemand van BGI gehoord, inmiddels heeft het de snelste genenlezers en werken er 1200 bio-informatici in de lange gangen van het gigantische complex. Ze zijn vaak nog erg jong en slapen, eten en sporten op het instituut.

Een opdracht van twee maanden in een dag uitvoeren
De inmiddels 18-jarige student Zhao Bowen is er daar een van. In 2010 werd hij als uitmuntende scholier geselecteerd voor een zomerstage bij BGI. De opdracht om in twee maanden een bijdrage te leveren aan de genenkaart van de komkommer had hij in een middag opgelost. Hij kreeg meteen een aanstelling als projectleider en mocht zijn eigen onderzoek formuleren. Hij stelde een internationale onderzoeksgroep samen en bleef bij BGI. Op zoek naar de genetische basis van menselijke intelligentie.

Zelf gelooft hij dat IQ in genetisch opzicht vergelijkbaar is met lengte en dat de omgeving nauwelijks van invloed is. Maar dat is niet iedereen met hem eens. Professor Robert Plomin van Kings College Londen, wereldwijd gezien als de expert op het gebied van intelligentieonderzoek, zegt dat ongeveer de helft van de variatie in IQ tussen mensen te verklaren is door erfelijke factoren en de andere helft door de omgeving. Maar, zo zegt hij ook: ‘de erfelijkheid van IQ neemt toe gedurende iemands leven. Waar erfelijke factoren maar voor 20% een rol spelen bij jonge kinderen, is dit 80% bij volwassenen’.

1000 extreem slimme kinderen
Het Chinese onderzoeksteam wil DNA verzamelen van minimaal 1000 wonderkinderen met een uitzonderlijk hoog IQ. Dat doen ze o.a. door rekrutering op Chinese scholen en door een samenwerking aan te gaan met Robert Plomin, die eerder al 1000 samples verzamelde van oud-deelnemers van het Amerikaanse ‘Project Talent’, een project waarvan de deelnemers allemaal een IQ van minimaal 160 hebben. De samples willen ze met behulp van de sequencers lezen en de DNA-patronen die daaruit rollen vergelijken met die van mensen met een gemiddeld IQ. Hiervoor kunnen vrijwilligers een samplepakket thuisgestuurd krijgen om zelf hun DNA op te sturen.

Eerst zien, dan geloven
Of dit gaat lukken is nog maar de vraag. Westerse wetenschappers noemen het een erg ambitieus project en er is na 25 jaar onderzoek aan dit onderwerp dan ook nog niet veel bereikt. Daniëlle Posthuma, onderzoeker aan de Vrije Universiteit promoveerde tien jaar geleden op de onderliggende genetische factoren voor intelligentie. En ze is er onderzoek naar blijven doen. Zo deed ze onder andere een functionele gengroep analyse, waarbij ze keek welke groepen genen betrokken zijn bij verschillen in IQ tussen mensen. ‘De groep van G-proteïnes die ervoor zorgen dat informatie van buiten de cel naar binnen wordt getransporteerd, bleek heel sterk betrokken bij de variatie van IQ tussen mensen.’ Was dat verrassend? ‘Nee, want dat is een heel algemene functie in het brein, maar we zijn nu wel binnen deze groep verder aan het zoeken naar genen die specifiek iets voor IQ betekenen.’ Het mag in ieder geval duidelijk zijn dat er niet slechts één of twee genen voor IQ zijn, want dan hadden we ze allang gevonden. Plomin: ‘er zijn heel erg veel genen bij betrokken die allemaal een klein effect hebben, ook wel quantitative trait loci genoemd’.

En om zoveel genen te vinden die allemaal zo’n klein effect hebben heb je heel veel DNA samples nodig. Dan is 1000 eigenlijk niet eens zoveel, zeggen Daniëlle Posthuma en ook Peter Visscher, statistisch geneticus aan de Queensland Institute of Medical Research (Australië). Visscher: ‘ik twijfel sterk of 1000 mensen genoeg zal zijn, ook al ben je extreem selectief in het kiezen van mensen. Daarnaast is het de vraag of je de varianten überhaupt met zo’n onderzoeksopzet kunt vinden. Het kan zo maar zo zijn dat mensen individueel genetische variatie hebben waardoor ze zo slim zijn. Het hoeft niet zo te zijn dat we kunnen zeggen ‘over het algemeen hebben slimme mensen deze variant en zien we die minder frequent bij minder slimme mensen’, dus ik twijfel persoonlijk sterk of de Chinese groep iets zal vinden.’

Alleen maar slimme mensen
Zhao Bowen en zijn groep jonge onderzoekers zijn er in ieder geval van overtuigd dat ze een aantal genen gaan vinden dit jaar. Maar wat gaan ze dan met de resultaten doen? Gedachtes aan films als de “Boys from Brazil” komen bij mensen op. Onzin, zeggen de meeste westerse wetenschappers. ‘Ik doe het alleen voor de kennis’, zegt professor Plomin. ‘Hopelijk kunnen we er ziektes van ons brein, zoals Alzheimer, door behandelen’, zegt Peter Visscher. ‘Interessant’, zeggen sommige Chinezen. Steve Hsu, onderzoeker aan University of Oregon en ook betrokken bij het IQ project: ‘Binnen 50 jaar zal het heel normaal zijn om het IQ van een foetus te testen door middel van genoom sequencing. Zo kunnen we ervoor kiezen om alleen de slimste foetussen terug te plaatsen. Ik denk dat Chinezen hier veel meer open voor zullen staan dan westerlingen. En wat is er mis met een wereld vol slimme mensen?’

Pure sciencefiction of niet. Eerst maar eens kijken of het de jonge onderzoekers gaat lukken om de genen te vinden. De resultaten zijn naar verwachting in het najaar van 2012 te zien in de documentaire 'The Code of Life' van Bregtje van der Haak voor Hollanddoc (VPRO).

Dit artikel verscheen in juni 2012 in het tijdschrift voor hoogbegaafde kinderen Talent. Bekijk de pdf hier.

Doneer

Dit artikel is gratis op mijn website te lezen. Als je het waardeert, kun je een donatie doen en help je kwaliteitsjournalistiek mogelijk te blijven maken.  

Welk bedrag wil je doneren?

Vul een bedrag in: