Lintworm in 270 miljoen jaar oude haaienpoep

31 januari 2013 | Nieuws
 

In fossiele poep van een haai vonden Braziliaanse wetenschappers de oudste parasiet die ooit in een gewervelde werd gevonden. Het lijkt erop dat lintwormen al sinds het Perm de organen van gewervelden opzoeken. 

In São Gabriel, in het Zuiden van Brazilië deed een groep wetenschappers een bijzondere ontdekking. In een gebied van 100 bij 30 meter groeven ze 500 coprolieten, ofwel gefossiliseerde drollen, op. De drollen komen uit het Perm. In een van de uitwerpselen zag het onderzoeksteam, naast vissenschubben en stukjes bot, de eitjes van een lintwormsoort. Dat laatste is heel bijzonder, nog niet eerder werden er zulke oude resten van een parasiet gevonden. In een van de eitjes is de vergevorderde ontwikkeling van een larve te zien. De drol is naar schatting 270 miljoen jaar oud.

Kraakbeenvissen

De bijzondere coproliet is vijf centimeter lang, twee centimeter in doorsnede en heeft de typische vorm van de uitwerpselen van een kraakbeenvis, in dit geval van een haai. De onderzoekers kunnen op basis van deze eitjes niet zeggen om welke lintwormsoort het gaat, maar de vorm en grootte doen sterk denken aan de Tetraphyllidea, een orde die 540 soorten bevat.



Kraakbeenvissen hebben in hun spiraalvormige darmen verschillende soorten parasieten. Vooral lintwormsoorten zoeken vaak de organen van een haai of rog op. Wanneer een van de segmenten van het lichaam van de worm vol met eitjes is, breekt het af in de maag of darmen van zijn gastheer. Hier rijpen de eitjes en komen ze uit. Via de uitwerpselen verlaten ze het lichaam van hun gastheer.

De gastheren van een lintworm

Lintwormen hebben verschillende gastheren nodig om hun ontwikkeling te voltooien. De eerste is vaak een ongewervelde. Als een tweede gastheer, bijvoorbeeld een kikker, vis of reptiel, de eerste opeet, gaat de ontwikkeling door. Tegen de tijd dat een derde, en laatste, gastheer de tweede eet, bereiken de lintwormen het volwassen stadium. De bestudeerde drol bevatte visschubben en botjes waaruit blijkt dat de tweede gastheer vermoedelijk een vis was.

De omstandigheden waarin de uitwerpselen zijn achtergelaten waren ideaal voor de verspreiding van parasieten. 270 miljoen jaar geleden was de plek waarschijnlijk een zoetwaterpoeltje waar vissen dicht op elkaar zaten in een droge periode. De wetenschappers baseren dat op het feit dat er veel verschillende coprolieten zijn gevonden op een klein oppervlakte en aan de ontdekking dat er vrijwel geen zuurstof op de bodem van de poel was. Dat laatste is te zien doordat de coprolieten pyriet bevatten. Bovendien hadden de drollen niet zo goed bewaard kunnen blijven als er veel zuurstof aanwezig zou zijn geweest.

Bron:

Paula C. Dentzien-Dias, George Poinar Jr., Ana Emilia Q. de Figuieredo, et.al., Tapeworm Eggs in a 270 Million-Year-Old Shark Coprolite, PLOS One, 30 januari 2013,doi:10.1371/journal.pone.0055007

Dit artikel verscheen 31 januari 2013 op Kennislink

Doneer

Dit artikel is gratis op mijn website te lezen. Als je het waardeert, kun je een donatie doen en help je kwaliteitsjournalistiek mogelijk te blijven maken.  

Welk bedrag wil je doneren?

Vul een bedrag in: