Zuid-Europese boeren brachten landbouw naar Noorden

13 mei 2012 | Nieuws
 

De landbouw ontwikkelde zich zo’n 11.000 jaar geleden in het Midden-Oosten. Mensen gingen niet langer zwervend op zoek naar eten, maar werden zelfvoorzienend en ging zich settelen. Pas vijfduizend jaar later bereikte de landbouwrevolutie Noord-Europa. Hoe de Noord-Europeanen boeren werden is al ruim honderd jaar onderwerp van debat. Zweedse en Deense onderzoekers denken het antwoord te hebben gevonden. 



Ongeveer vijfduizend jaar geleden begroeven Zweden die op Gotland eiland leefden hun doden in grote collectieve graven volgens tradities van de Pitta-Ware cultuur, een cultuur van jagers-verzamelaars in Europa. In een van die graven begroeven ze onder andere een 7-jarige kind, een vrouw van ongeveer 45 jaar en een man van rond de 25.

Rond dezelfde periode begroeven boeren 400 kilometer verderop op het vasteland in Gökhem een 20-jarige meisje in een megaliet die we in Nederland als hunebedkennen. Deense en Zweedse onderzoekers van de Universiteit van Kopenhagen en de Uppsala Universiteit gebruikten het DNA van deze vier doden om te achterhalen hoe de landbouw zich door Europa verspreidde.

Wetenschappers ontdekten eerder al dat landbouw ongeveer 8400 jaar geleden vanuit het Zuid-Oosten Europa bereikte. Het duurde vervolgens nog bijna 2400 jaar voordat er ook in Noord-Europa mensen voor een boerenbestaan kozen. De jagers-verzamelaars en boeren leefden daarna nog ongeveer 1000 jaar naast elkaar.

Maar er bleven veel vragen; hoe bereikte die landbouw Europa? Migreerden de boeren zelf vanuit het Midden-Oosten en leerden ze noorderlingen hun manier van werken? Of werden alleen de ideeën verspreid? Welke route namen de boeren dan en hoe namen ze de plaats in van de jagers-verzamelaars die al in Europa leefden? Het onderzoek van de Deense en Zweedse onderzoekers levert weer wat nieuwe antwoorden. Zo schrijven ze dat de eerste boeren in Noord-Europa de techniek van migrerende Zuid-Europeanen leerden.

Bijzonder onderzoek


Eerder werd er ook al DNA-onderzoek gedaan, maar wat deze studie bijzonder maakt is dat de onderzoekers in totaal naar 249 miljoen DNA baseparen van het DNA uit de kern keken. Dat is ongeveer twee tot vijf procent van het totale genoom van een mens. Het eerdere onderzoek keek naar delen van het mitochondriaal DNA, dat alleen van moeder op kind wordt doorgegeven, of naar het Y-chromosoom, dat alleen mannen hebben. De drie jagers-verzamelaars uit het graf op Gotland bleken na C14-datering tussen de 5300 en 4400 jaar oud. De vrouw uit het graf in Gökhem bleek 4900 jaar oud. Eerder onderzoek had al aangetoond dat zij 100 kilometer zuidelijk van de tombe werd geboren en dat ze dus deel uit maakte van een lokale populatie.

Na analyse van de 249 miljoen baseparen bleek dat de drie jagers-verzamelaars het meest op moderne Noord-Europeanen leken, en dan met name op Finnen. Het genoom van de boerin leek het meest op dat van moderne Zuid-Europeanen uit Griekenland en Cyprus. De onderzoekers concluderen hieruit dat Scandinaviërs pas boeren werden nadat genetisch verschillende boeren uit het Zuiden de landbouwmethodes naar het Noorden brachten. Dat de Zuid-Europese boeren lange tijd naast de Noord-Europese jagers-verzamelaars leefden voordat ze er zich uiteindelijk toch mee gingen mengen, verklaart de genetische diversiteit onder huidige Europeanen.

Bronnen



  • Pontus Skoglund e.a., “Origins and Genetic Legacy of Neolithic farmers and Hunter-Gatherers in Europe”, Science, 27 april 2012, Vol 336

  • M. Balter, “Ancient Migrants Brought Farming Way of Life to Europe”, Science, 27 april 2012, Vol 336

  • “Migranten brachten landbouw naar Europa”, EOS online, 4 september 2009


Dit artikel verscheen eerder op Kennislink.


Doneer

Dit artikel is gratis op mijn website te lezen. Als je het waardeert, kun je een donatie doen en help je kwaliteitsjournalistiek mogelijk te blijven maken.  

Welk bedrag wil je doneren?

Vul een bedrag in: